Home

VAN OTTEN ® GENEALOGIE

Notes


Jan TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1985, Vol. 2, p. 85.26 and 1986, Vol. 2, p. 86.27

SOURCE: Jaarboek Achterhoek en Liemers, Vol.17, 1994, p.87-113, Illustrations:
Dat Hy Dit Huis Wil Bewaren..., Een documentatie-onderzoek naar gevelstenen met vrome teksten, door Wim Scholtz te Winterswijk.
page 93, no. 5. Het Lintum, Het Woold, gem. Winterswijk, 62 x 44 cm.
WAT.IS.VAN.WERELTS
VREVGT.DE.JEVGH.IS
HAEST.VEDWEENEN:EN
MET DE.SNELLE.IEUGHT.GAAT
OOK.DE.VREUGT.DAER.HEENEN
GUNST.VAN.MENSCHEN.GAET
NA.WENSEN.MAER.AN.GODS
SEGEN.LEIT.ALS.AN.GELEGEN
DE.TIT.IS.KORT.DE.DOOT.IS
SNEL.WAGT.UW.VAN.SON
DEN.SO.DOET.GI.WEL.
J.L:I.M.DEN.7.MEI.ANO 1746
Deze steen bevond zich oorspronkelijk in de zijmuur van het 'spieker' van scholteboerderij Het Lintum. Het aanbrengen van een gevelsteen doet vermoeden, dat men bijzondere waarde aan het gebouw toekende. Als de graanvoorraad er werd opgeslagen, zal dit zeker het geval zijn geweest. Of het spieker van Het Lintum oorspronkelijk als zaadberging dienst heeft gedaan, is onduidelijk. In recenter tijd werd de zolder in elk geval gebruikt als opslag voor 'schansen' (takkenbossen, waarmee het vuur werd aangestoken) en de rest van de ruimte voor allerlei huishoudelijke functies: er was een linnenkamer met een mangel (nu in museum Freriks) en ruimte voor de opslag van aardappelen en groenten. Oorspronkelijk werd er gekookt op een 'open vuur', later op een fornuis [15]. Het moet een van de laatste vakwerkspiekers in Nederland zijn geweest, vergelijkbaar met die van Kossink (Huppel) en Ravenhorst (Winterswijk) [16]. In 1935 werd het spieker afgebroken om plaats te maken voor een villa; de steen bevindt zich sindsdien in een muur naast de zij-ingang. De combinatie van spreuken op de steen is uniek; afzonderlijk kan men ze her en der elders aantreffen, ook op stenen, bijv. in Woudrichem, Hoogstraat 5 (1608), en Amsterdam, Vinkenstraat 13 (1721)[17], en op cafe Weening in Oldenkotte, evenwel zonder initialen of jaartal. De laatste spreuk komt ook voor op boerderij Beestman op de Haart. Dit is te verklaren door een familierelatie (zie tekst 19). De initialen J.L:I.M. staan voor de toenmalige bewoners Jan te Lintum en Jenneken Meerdink [18]. Het ligt voor de hand te veronderstellen, dat zij het spieker hebben laten bouwen.
-----------------------------------------------------------------------------
NOTEN:
[15] A.Th. Bloemendal en P. Meerdink, Boerderij- en Veldnamen in Winterswijk.
    Doetinchem, 1992, p.36
[16] Wim Scholtz en Willem Wilterdink, Boerderijen kijken in Winterswijk.
    Winterswijk, 1983, p.68-69.
[17] G.A.M.Offenberg, Gevelstenen in Nederland. Zwolle 1986, p.19,84,86,110-112
[18] Collectie J. Das, Openbare Bibliotheek Winterswijk.
=============================================================================


Jenneken MEERDINK

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Jan TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Elisabeth TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Gerrit Jan TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Janna TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Garrit Jan TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Dirk VELDINCK

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Geerte TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Geerd TE LINTUM

MARRIAGE: Transcriptie Trouwboek Winterswijk 1620-1811, Deel B: 1702-1736, p.72, nr.3505: 12-07-1727 Geert Lintum weduwnaar van Geertjen Meerdinck uit Het Woold en Willemken Hemsinck jonge dochter van Jan Hemsinck uit Rekken.

OCCUPATION: Farmer on "Meerdink" in het Woold

DEATH: Geert MEERDINK

NOTE: No children from first marriage

SOURCE: OTGB 1986, Vol.2, p.86.27

PUBLICATION: Nieuwe Winterswijkse Courant, 7 Oct 1993, Page 4, [Naoberpraot] "Bij het scholtehuis Meerdink", door Willem Peletier: Tot de hofhorige goederen van de Heer van Bredevoort behoorde ook het goed Meerdink. Het tegederambt was erfelijk verbonden aan de vier voornaamste hofgoederen. Voor Winterswijk waren dat de goederen Roerdink en Meerdink, voor Aalten Borninkhof en de Ahof. De tegeders dienden de hofrichters bij te staan in het Hofgericht. Zij golden als deskundigen wat betreft de toepassing van de hofwetten. In 1488 werd de bewoner van Meerdink, evenals die van het nabijgelegen Roerdink, erkend als erftegeder. In het begin van de achttiende eeuw kwam Geert te Lintum door zijn huwelijk met Geertje Meerdink in het bezit van het goed Meerdink. Zoals in de streek gebruikelijk was, werd hij meestal naar de boerderijnaam genoemd. Toen zijn vrouw kinderloos overleed, bleef hij hier wonen. De Landdag verleende op 25 maart 1727 geen toestemming voor een huwelijk van Geert te Lintum met de zuster van zijn overleden vrouw, Stijntje Meerdink. Op 12 juli 1727 hertrouwde hij met Willemken Hemsink. Zijn beide dochters uit dit huwelijk werden geen Te Lintum, maar uitsluitend Aaltje en Margrieta Meerdink genoemd. Aaltjen Meerdink trouwde in 1751 met haar volle neef Jan te Lintum. Na de dood van wederzijdse vaders bezaten zij twee scholtegoederen, Lintum en Meerdink. Hun oudste zoon Gerrit te Lintum kreeg de keuze welk scholtegoed hij als erfdeel wilde hebben. Zijn voorkeur ging naar Meerdink uit. Uit zijn huwelijk in 1783 met Maria Elisabeth Hesselink werden acht [14!] kinderen geboren. Van hen trouwde de zoon Willem te Lintum in 1811 met Dora Hijink. Uit de beschrijving van de inventaris van de nalatenschap van Willem te Lintum (1793-1858) werd behalve het roerend goed als onroerend het erf Meerdink genoemd, waaronder behorend de bouwplaatsen Driekshuis, Haverland en Guldenhuis en tevens elf zitplaatsen in de Hervormde Kerk te Winterswijk. Het echtpaar kreeg zeven [10!] kinderen, van wie de dochter Gesina Christina te Lintum (1821-1904) met Gerrit Jan Esselink (1808-1890) trouwde. Zo kwam het goed Meerdink in handen van de familie Esselink. Zij waren afkomstig van Lammers, toen Woold 81 en woonden een groot deel van de tweede helft van de vorige eeuw op de boerderij Meerdink. In een steen op een van de bedrijfsgebouwen staat
                              G J E.
                             G C t L,
                               1863
In 1859 verkreeg het echtpaar Esselink-Meerdink aandelen in het goed Meerdink door koop van en ruiling met de mede-erfgenamen van Willem te Lintum en Johanna Dora Hijink, tegen afstand van hun aandeel in het goed Lammers en de Bataafse molen. In datzelfde jaar verkocht Willem te Lintum zijn 1/7 aandeel in het goed Meerdink aan zijn zwager Gerrit Jan Esselink. In 1860 komt er nog 1/7 deel bij, waarvoor Janna Geertruid te Lintum, gehuwd met Derk Willem Heezen, het Guldenhuis kreeg. Van zijn schoonzuster Anna Bernarda te Lintum en haar man Gerrit Jan Vardink kocht Gerrit Jan Esselink ook nog 1/7 deel van Meerdink. Na het overlijden van zijn vader volgde de zoon Abraham Esselink (1845-1930) op. Hij trouwde in 1876 met Janna Willemina Hesselink (1846-1915). Hun in 1887 geboren zoon Jan Lubertus bleef op Meerdink en trouwde in 1913 met Johanna Elisabeth Roerdink. Uit dit huwelijk werd onder andere Abraham Esselink geboren. Het scholtegoed Meerdink is eigendom van de Stichting Het Geldersch Landschap, aan welke instelling Esselink in de jaren [19]zestig het landgoed Meerdink verkocht. De streekroman "Enneken" van Henk Krosenbrink speelt grotendeels op Meerdink.


Geertje MEERDINK

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27

OCCUPATION: Farmer's wife on "Meerdink" in het Woold


Geerd TE LINTUM

MARRIAGE: Transcriptie Trouwboek Winterswijk 1620-1811, Deel B: 1702-1736, p.72, nr.3505: 12-07-1727 Geert Lintum weduwnaar van Geertjen Meerdinck uit Het Woold en Willemken Hemsinck jonge dochter van Jan Hemsinck uit Rekken.

OCCUPATION: Farmer on "Meerdink" in het Woold

DEATH: Geert MEERDINK

NOTE: No children from first marriage

SOURCE: OTGB 1986, Vol.2, p.86.27

PUBLICATION: Nieuwe Winterswijkse Courant, 7 Oct 1993, Page 4, [Naoberpraot] "Bij het scholtehuis Meerdink", door Willem Peletier: Tot de hofhorige goederen van de Heer van Bredevoort behoorde ook het goed Meerdink. Het tegederambt was erfelijk verbonden aan de vier voornaamste hofgoederen. Voor Winterswijk waren dat de goederen Roerdink en Meerdink, voor Aalten Borninkhof en de Ahof. De tegeders dienden de hofrichters bij te staan in het Hofgericht. Zij golden als deskundigen wat betreft de toepassing van de hofwetten. In 1488 werd de bewoner van Meerdink, evenals die van het nabijgelegen Roerdink, erkend als erftegeder. In het begin van de achttiende eeuw kwam Geert te Lintum door zijn huwelijk met Geertje Meerdink in het bezit van het goed Meerdink. Zoals in de streek gebruikelijk was, werd hij meestal naar de boerderijnaam genoemd. Toen zijn vrouw kinderloos overleed, bleef hij hier wonen. De Landdag verleende op 25 maart 1727 geen toestemming voor een huwelijk van Geert te Lintum met de zuster van zijn overleden vrouw, Stijntje Meerdink. Op 12 juli 1727 hertrouwde hij met Willemken Hemsink. Zijn beide dochters uit dit huwelijk werden geen Te Lintum, maar uitsluitend Aaltje en Margrieta Meerdink genoemd. Aaltjen Meerdink trouwde in 1751 met haar volle neef Jan te Lintum. Na de dood van wederzijdse vaders bezaten zij twee scholtegoederen, Lintum en Meerdink. Hun oudste zoon Gerrit te Lintum kreeg de keuze welk scholtegoed hij als erfdeel wilde hebben. Zijn voorkeur ging naar Meerdink uit. Uit zijn huwelijk in 1783 met Maria Elisabeth Hesselink werden acht [14!] kinderen geboren. Van hen trouwde de zoon Willem te Lintum in 1811 met Dora Hijink. Uit de beschrijving van de inventaris van de nalatenschap van Willem te Lintum (1793-1858) werd behalve het roerend goed als onroerend het erf Meerdink genoemd, waaronder behorend de bouwplaatsen Driekshuis, Haverland en Guldenhuis en tevens elf zitplaatsen in de Hervormde Kerk te Winterswijk. Het echtpaar kreeg zeven [10!] kinderen, van wie de dochter Gesina Christina te Lintum (1821-1904) met Gerrit Jan Esselink (1808-1890) trouwde. Zo kwam het goed Meerdink in handen van de familie Esselink. Zij waren afkomstig van Lammers, toen Woold 81 en woonden een groot deel van de tweede helft van de vorige eeuw op de boerderij Meerdink. In een steen op een van de bedrijfsgebouwen staat
                              G J E.
                             G C t L,
                               1863
In 1859 verkreeg het echtpaar Esselink-Meerdink aandelen in het goed Meerdink door koop van en ruiling met de mede-erfgenamen van Willem te Lintum en Johanna Dora Hijink, tegen afstand van hun aandeel in het goed Lammers en de Bataafse molen. In datzelfde jaar verkocht Willem te Lintum zijn 1/7 aandeel in het goed Meerdink aan zijn zwager Gerrit Jan Esselink. In 1860 komt er nog 1/7 deel bij, waarvoor Janna Geertruid te Lintum, gehuwd met Derk Willem Heezen, het Guldenhuis kreeg. Van zijn schoonzuster Anna Bernarda te Lintum en haar man Gerrit Jan Vardink kocht Gerrit Jan Esselink ook nog 1/7 deel van Meerdink. Na het overlijden van zijn vader volgde de zoon Abraham Esselink (1845-1930) op. Hij trouwde in 1876 met Janna Willemina Hesselink (1846-1915). Hun in 1887 geboren zoon Jan Lubertus bleef op Meerdink en trouwde in 1913 met Johanna Elisabeth Roerdink. Uit dit huwelijk werd onder andere Abraham Esselink geboren. Het scholtegoed Meerdink is eigendom van de Stichting Het Geldersch Landschap, aan welke instelling Esselink in de jaren [19]zestig het landgoed Meerdink verkocht. De streekroman "Enneken" van Henk Krosenbrink speelt grotendeels op Meerdink.


Willemken HEMSINK

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Margrieta MEERDINK

PUBLICATION: Nieuwe Winterswijkse Courant, 7 Oct 1993, Page 4, [Naoberpraot]
"Bij het scholtehuis Meerdink", door Willem Peletier. [for text see RIN_3852]


Jan MEERDINK

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Lysabeth DAMKOT

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Harmen ROSEN

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Geertje TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Jan Hendrik PLANTEN

SOURCE: OTGB 1985, Vol. 2, p. 85.26 and 1986, Vol. 2, p. 86.27

REGS: 29 Jun 1748 in Winterswijk


Aaltjen TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1985, Vol. 2, p. 85.26 and 1986, Vol. 2, p. 86.27


Jan PLANTEN

SOURCE: OTGB 1985, Vol. 2, p. 85.26


Jan TE LINTUM

NOTE: woonde op 't Lintum in het Woold, Winterswijk.

SOURCE: OTGB 1986, Vol.2, p.86.27: In 1784 stelt Jan TE LINTUM en Aaltje MEERDINK met hun kinderen en schoonkinderen een familiecontract op over de verdeling van roerende en onroerende goederen. In het boek van Tetje Heeringa: "De Graafschap, een bijdrage tot de kennis van het cultuurlandschap en van het scholtenprobleem" (proefschrift 1934: Thieme Zutphen) wordt dit contract uitvoerig besproken.

PUBLICATION: Nieuwe Winterswijkse Courant, 7 Oct 1993, Page 4, [Naoberpraot] "Bij het scholtehuis Meerdink", door Willem Peletier. [for text see RIN_3852]

SOURCE: 12 Dec 2001 Mevr. B. Godthelp te Winterswijk


Aaltje MEERDINK

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27

PUBLICATION: Nieuwe Winterswijkse Courant, 7 Oct 1993, Page 4, [Naoberpraot]
"Bij het scholtehuis Meerdink", door Willem Peletier. [for text see RIN_3852]


Marriage Notes for Jan te Lintum and Aaltje MEERDINK-3872

MARRIAGE: For the church.


Maria Elisabeth TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Willem TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Maria Elisabeth TE LINTUM

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Harmen ROSEN

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Anna Willemina WAMELINK

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Arend ROSEN

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Trijntje MEENK

SOURCE: OTGB 1986, Vol. 2, p. 86.27


Home